Share this...
Share on Facebook
Facebook
Tweet about this on Twitter
Twitter

Het was 1978. In het pikkedonker zat ik verstopt achter een kist. Kriebels in mijn buik. Wat ging er gebeuren? Geroezemoes, steeds meer kriebels en ineens… Fel licht en applaus. Het voordoek van de Toneelzaal ging open en mijn eerste optreden met Fantasia Musicalgroep was begonnen.

Jarenlang zwierf ik met andere Fantasia-Team-kinderen ’s ochtends vroeg al door de gangen rondom de Toneelzaal (Amazon) terwijl onze ouders het toneel inrichtten. Via de lift links van de infobalie brachten wij rekken vol kostuums en dozen vol attributen naar de juiste kleedkamers. De derde trede van de trap naar de kleedkamers boven was jaren kapot. Dat veroorzaakte in menig kinderpanty een ladder. Die gang langs de luchtbehandelingsmachines was super eng!

Direct naast het toneel was de kleedkamer voor de oudere- en hoofdrolspelers en voor mijn moeder Lucia Senf-Danckaarts, de oprichtster en artistiek leidster van Fantasia. Ook de bloemen stonden daar altijd in de douche tot na afloop. Veel narcissen, gipskruid en mimosa kan ik mij herinneren. Onze altijd uitverkochte voorstellingen waren namelijk in maart en april, rond Pasen.

Precies aan de andere kant van het toneel werden we geschminkt door toneelkappers Ruud en Alma Spreksel. Vaak zat ik daar samen met andere Fantasiasten uren te kijken naar hoe gezichten werden omgetoverd naar de sprookjes-personages. Vaak was een race tegen de klok voor de grimeurs. Ik droom soms nog dat ik daar in de stoel zit en dat ik op de achtergrond het stuk al hoor beginnen. Oh nee!

Het podium zat vol magische plekken. De ratelende trekkenwand, de decorkooi linksachter en de lichtbruggen waar je de theatertechnici de lampen kon zien stellen. Natuurlijk verboden terrein. Maar ja, wij gingen tóch op onderzoek uit en zijn natuurlijk overal geweest. Toneelmeester Gerard was vaak streng, maar vond de nieuwsgierigheid stiekem ook leuk. Ik wilde alles weten en leren bedienen. In 1993 zat ik dus tussen technici Ruud en Wiebe boven in de regiekamer. Rene maakte mij wegwijs in de verantwoordelijkheden van de inspiciënt. Eerst in de Toneelzaal, en vanaf 1995 in de grote PWA-zaal. Deze technici behoorden gewoon ook tot onze Fantasia-familie. Zo fijn. Dat maakte veel van onze wensen mogelijk.

Zoals in 1996, eerste keer PWA zaal, omdat er een hotel boven “ons toneel” kwam. Ik had samen met mijn moeder verzonnen dat er heksen konden vliegen in het stuk. Daar hing ik dan met hoge koorts als kale heks boven in de kap. Het werd alsmaar gekker en grootser. In 2000 bouwden wij in no-time het toneel om naar een groots 30-jarig jubileumdiner óp het toneel. Als verrassing voor mijn moeder die zojuist geridderd was in de orde van de Oranje Nassau. Overweldigend.

Een jaar later was onze laatste voorstelling op datzelfde toneel. Ik kreeg het Fantasia-stokje definitief overgedragen van mijn moeder. Het NCG konden we niet meer bekostigen. Maar ik werd Theatermaker en -organisator. Mede dankzij die fijne, leerzame jaren. En die zijn onbetaalbaar.

Ingezonden door Nicolette Senf